Geschiedenis Pastorij

De huidige pastorie, naast de neoclassicistische Sint-Martinuskerk uit 1839, met ommuurd kerkhof, dateert van 1859 en werd gebouwd ter vervanging van de bouwvallige pastoorswoning. Het is een Neoclassicistisch dubbelhuis. Het was oorspronkelijk geflankeerd door twee haakse vleugels, waarvan enkel de linkerkant, de vakantiewoning, het "Armenhuis", overblijft.

"Wat hij met die man moest aanvangen?"

 

Het verhaal van de pastorie van Mettekoven en zijn burgemeester, zijn architect en zijn pastoor.

 

Op 12 februari 1855 liet de toenmalige burgemeester, W Timmersmans, weten aan de gouverneur dat de klokkentoren in puin lag en de pastorie moest heropgebouwd worden. Hij vraagt hem tevens of de provinciale architect, Lambert Jaminé of zijn zoon Herman die onderbouwmeester was “eens zou willen komen kijken”.

 

Op 2 juli 1856 zijn de plannen en het lastenboek klaar. Na de openbare aanbesteding worden de werken toevertrouwd aan de Waalse aannemer Lacroix tegen de prijs van 10100 Belgische frank. Omdat de burgemeester en de pastoor G. Jacobs dit nogal veel vinden, stellen zij voor een aantal wijzigingen aan te brengen om de prijs te drukken, zoals: eikenhout vervangen door naaldhout, enkel de schouw in het salon met marmer en het gebouw minder hoog te maken. Tevens willen ze de kleine achterkeuken bij de keuken te voegen waardoor men een muur met deur uitspaart.

 

In de loop van 1857 wordt de oude pastorie gesloopt en de bruikbare materialen ter waarde van 550 Belgische frank worden verwerkt in de nieuwbouw. Uit de briefwisseling van de burgemeester en de pastoor met de architect blijkt dat de opbouw zeer moeizaam verliep, wat vooral te wijten was aan de nalatigheid van de architect. Dat maakt de pastoor zo zenuwachtig dat hij in een brief aan de gouverneur zich afvroeg “wat hij met die man moet aanvangen”. Nochtans hebben ze hem dringend nodig want, zo schrijft de parochieherder, “Hij moet dringend inlichtingen verschaffen aan de werklieden hoe ze de karelen moeten plaatsen, daar ze zijn plans niet goed verstaan”.

 

 

Boven enkele oude foto's van de kerk, de pastorie en vergaderingen van verenigingen en etentjes in het armenhuis.

 

Ondanks meerdere brieven van de pastoor daagt de architect niet op zodat de burgemeester zijn gewicht in de weegschaal werpt om de architect uit Hasselt naar Mettekoven te halen. Blijkbaar had de burgervader meer succes, want vanaf oktober 1858 verlopen de werken veel vlotter. In 1859 was de pastorie volledig afgewerkt voor een bedrag van 10650 Belgische frank. In 1911 vind een eerste grote renovatie plaats. De gewelfde kelders hebben in de vele jaren voor 1994 dienst gedaan als een soort clubhuis voor de jeugd uit het dorp. Tieners uit het dorp gingen bij de pastoor een pintje of jeneverke drinken. Volgens verhalen uit het dorp was de koelkast steeds gevuld. Tot 1994 heeft meneer pastoor gewoond in de pastorie.

 

Eind 1994, na het vertrek van de pastoor, werd de pastorie door de gemeente Heers verkocht aan een Nederlandse dame, die er een soort van bezinningscentrum, muziekcentrum en seminarieruimte van wou maken. Problemen met vergunningen leidde tot de verkoop in 2000 aan een Nederlandse ingenieur met een Russische vrouw, die er niets beters op hadden gevonden dan alle vertrekken in Russische kleuren te schilderen, van fel pastel rood, tot hel blauw en groen. Zij hebben wel eerste renovatiewerken doorgevoerd. In 2006 hebben de huidige eigenaars het gebouw gekocht en nadien verder gerenoveerd.

 

Bron: Titel Boek onbekend, C. Wijnen; Atlas van de Buurtwegen (1844); mondelinge overlevering